De week voor pasen is gebruikelijk de Semana Santa. Deze wordt voornamelijk in Andalusië zeer levendig gevierd en bestaat voornamelijk uit grootse processies. Het is een week van wierook, rinkelende bellen en melancholische muziek en van vele tradities.

Vele gemeentes kennen tijdens die “goede week” hun eigen processies die in een barokke vormgeving en met groots vertoon het lijden van Christus en Maria in de straten zichtbaar maken.

Kenmerkend zijn de grote beeldengroepen die op vergulde platformen (paso’s) worden rondgedragen. Elke processie heeft een paso met een tafereel uit het lijden van Christus en een paso met een droeve Maria. Deze processies zijn in essentie boeteprocessies. Er lopen steevast boetelingen in mee, die kleding dragen met puntvormige maskers, om de anonimiteit te waarborgen. Deze kostuums zijn later ook door de (overigens sterk anti-katholieke) Amerikaanse Ku Klux Klan gebruikt, waardoor het beeld van de Spaanse boeteling bij sommigen in het westen een negatieve connotatie heeft gekregen.

Dit jaar start die op zondag 14 april tot met zondag 21 april. Veel Spanjaarden gaan naar de kustplaatsen om te genieten van het mooie weer en het strand terwijl anderen weer naar de bergen vertrekken om te genieten van de skipistes, zeker dit jaar omdat er recent veel sneeuw is gevallen en veel skipistes nog open zijn.